• DEEL 3

    Als ik in de keuken wat staat te frutselen om iets eetbaars in elkaar te flansen blijft mijn hoofd maar tollen bij de mooie jongen, waar zou hij logeren, en welk appartement, of zou die in zo’n volkswagen busje slapen  ergens op een parkeerplaats, zonder verwarming, een dik pak sneeuw op het dak bibberend onder een veel te dunne slaapzak.

    Woedend smijt ik de pan en schuimspaan de gootsteen in en trek mijn jas aan, misschien kan ik hem vinden, misschien kan ik hem meenemen naar een restaurant om samen te eten, lekker wijn te drinken en daarna de middag nog eens over doen, teder, meer liefde, geen harde seks en spermadouches.

    Ik begin met de parkeerplaats onder mijn flat, daar staan genoeg auto’s maar slechts allemaal met een Frans kenteken, geen enkel Tsjechisch nummerbord te vinden, dan maar naar de volgende parkeerplaats, achter het busstation bij de rivier, lijkt me handig als je was hebt om te doen, alhoewel, in de winter ?

    Wederom geen busje met vreemde nummers, dan de kabelbaan maar , lijkt me ook logisch, daar sta je het dichtste bij de lift en ben je als eerste boven, maar ook hier is geen busje te zien die uit Tsjechië zou moeten komen.

    Ik krijg honger, dwaal door de stad en besluit te gaan eten bij een klein Spaans restaurant waar ze lekker eten hebben, ergens in een klein steegje iets hoger in de stad.

    De vrouw des huize is een aardige grapjas die de klanten liever lol ziet hebben dan vertrekken, waardoor ik denk dat de omzet in Nederlandse normen wel eens tegen kan vallen, maar ach, geluk is geen creditcardmiddel.

    Als ik binnenkom komt ze op me aflopen, omhelst me alsof ik een dierbare ben en ze verteld de klanten dat ik al drie jaar bij haar kom eten, ik ben een soort garantie voor de toekomst schijnbaar.

    Haar kelner en tevens kok, ben ik achter gekomen, ook een dame, die menig skileraar achter zich aan zal krijgen, is tevens haar partner die ergens in de grotere stad beneden, in de zomer een bar runt die in de winter dicht zit.

    Zo vermoed ik dat de verliefde twee in de winter zich vermaken in de sneeuw en bergen, en in de zomer, beneden in de koelte van het meer en de terrasjes met genoeg omzet waardoor ze inderdaad de gasten aan de tafel kunnen houden totdat deze van de stoel vallen, wat menigmaal gebeurt door overvloedig plaatselijk gestookte drankjes.

    Aangezien ik meestal de jongste ben, mocht ik niet een nog jongere knul meeslepen, wordt ik door iedereen verwend met hapjes en drankjes en ben ik meestal de laatste die samen met Regina de zaak uitrolt, zij om haar hondje uit te laten, ik om de trap naar mijn appartement weer te proberen te vinden die slingerend omhoog gaat naar de etage boven de skilift.  

    Als ’s avonds iedereen is vertrokken en wij gedrieën de fles kort maken bespreek ik mijn probleem met de Tsjechische jongen die ik niet vinden kan en daar alcohol de emoties versterkt vermoed ik samen met de twee hartstochtelijke vriendinnen dat Gregor ondertussen ligt te creperen van onderkoelingsverschijnselen ergens in het centrum van de stad in een auto waarvan de motor draait en de uitlaat lekt zodat als we niet direct actie ondernemen hij waarschijnlijk of aan de onderkoeling zal bezwijken, of door koolmonoxide zijn dood in gejaagd wordt.

    In minder dan een minuut hebben we allen onze jassen aan en staat de hond luid blaffend op de stoep in dit door slaap overmande steegje veel te laat in de nacht, we gaan op pad.

    Ik leg uit hoe een Tsjechisch nummerbord eruit ziet zodat we niet op elke auto hoeven te kloppen waarvan de motor draait, en ieder neemt een deel van de stad voor zijn rekening, boven de rivier, onder de rivier, en het centrum.

    Als we een half uur later terug zijn bij het restaurant vanwege de kou en de gedachte dat de mogelijke koolmonoxidedood, en misschien zelfs de onderkoeling, een ietsje door onze door drank bedwelmde hersenen overdreven kunnen zijn, besluiten we de dag te eindigen met een door de grootvader van Regina gestookte schnaps die veel doet denken aan een mengsel van thinner en jenever, een aanval op de maag.

    ‘Is hij erg mooi ?’  vraagt de vrouw des huize.

    Ik knik bedwelmd door liefde en drank mijn hoofd en kan mijn tranen amper beheersen, zijn afwezigheid lijkt mij erger dan de bergen zonder sneeuw.

    ‘Weet je wat, het is al veel te laat om nog naar huis te gaan dus blijf je maar hier slapen, dan gaan we morgen weer zoeken of we bellen de gendarmerie, die vinden hem zeker wel’

    Zuchtend sla ik mijn laatste glas achterover en strompel achter de dames aan naar boven, en voor de nacht mij in haar armen neemt besef ik nog ergens in een ver universum dat er slechts één bed staat.

    In de morgen wordt ik wakker tussen twee meiden die luid snurkend hun roes uit liggen te blazen, hun handen op mijn borst en kleine glimlachjes op hun lieve gezichten.

    Voorzichtig maak ik me los uit hun grepen en probeer ergens een deur die me of naar het restaurant kan leiden waar ik weet dat een toilet is, of naar een keuken waar wellicht ook een toilet is, en voor ik het weet sta ik in een klein broekje midden in het restaurant waarvan alle luiken openstaan en op de straat de marktkooplui hun waar schreeuwend aan de man proberen te brengen.

    Ik duik direct weg achter de bar en zie tot genoegen dat de koffiemachine daar onder handbereik staat en van hetzelfde merk is als die in ons restaurant, nu nog ongemerkt weer oversteken voor dat roddeltantes en buurvrouwen me naakt zien hollen in een restaurant ergens tegen lunchtijd.

    Als ik even later bij de boulanger vandaan  kom met heerlijk geurige croissants en pain au chocolate, zijn de geliefde ook al op en hebben we drie heerlijke koppen geurende koffie voor onze neus staan.

    Ons plan om de gendarmerie te bellen laten we voorlopig varen en ik besluit om eerst zelf eens te gaan kijken waar Gregor zit, te beginnen op het terras op de piste.

    ‘Kom je vanavond met hem eten ?’ roept Regina me na ‘dan maak ik iets speciaal voor hem’

    Ik wuif een kushand naar de deur en vertrek om snel mijn ski’s en uitrusting op te zoeken, en snel naar boven.

    Ik passeer een mooie jongen, kijk eens achterom naar zijn kont als hij voorbij is, maar op dit moment kan niet een jongen voldoen aan de capaciteiten van Gregor.

     

    Het is rustig boven als ik de skilift uitstap, de zon staat helder aan de hemel en de stralen voelen heerlijk aan op de huid, het lijkt wel zomer.

    Het is bijna een uur en natuurlijk zit het terras helemaal vol, dus ik ga maar eerst een beetje skiën om te proberen de pijn uit mijn hoofd te verdringen, de fles sinasappelsap half leeggedronken zit in de mauw van mijn jas en ik pak de makkelijkste lift.

    Met nog een paar mensen zit ik op de grote zes persoon bank van de skilift, en eenmaal boven klap ik bijna op m’n snuit doordat de latten over elkaar komen als ik uit de bank spring, oorzaak, drank.

    Rustig glijd ik naar beneden, af en toe stop ik om van het uitzicht te genieten en om vooral niet te haasten waardoor de kans op vallen groter wordt, maar als ik eenmaal beneden kom is de trek om te skiën weg, de lust voor sneeuw verdwenen en verlang ik naar een boek en een bed, wat een kutavond.

    ‘Luc !’

    Ik kijk om naar wie me roept en mijn hart springt op van vreugde als ik steppend met een voet op de board Gregor aan zie komen ‘ik kon je niet vinden’ zeg ik bijna huilend van blijdschap.

    ‘Ik jouw ook niet, ik dacht dat je vanmorgen al wel op de piste zou zijn maar niemand heeft je gezien’

    ‘Niemand ?’ ik kijk hem verbaasd aan ‘niemand kent me hier ook, hoe kan men nu naar mij zoeken ?’

    ‘Mijn vrienden kennen je, die hebben je gisteren gezien !’

    ‘jouw vrienden ? heb je jouw vrienden verteld van jouw en mij ?’

    ‘is dat niet goed dan ?’

    ‘ehhh, tuurlijk, nee, goed...’ ik stamel van verbazing dat ik niet begrijp dat je gewoon even met je vrienden bespreekt dat je een jongen hebt ontmoet, wat zou hij allemaal wel niet verteld hebben, de hele badkamersessie misschien ? ‘weten jouw vrienden van jouw en mij ? ik bedoel, ze weten dat ik ehhh, dat jij, nou ja dat we.....’

    Luc, ze weten dat ik homo ben, waarom zou ik niet een leuke jongen mogen ontmoeten en zij wel een leuke meid ?’

    Lachend sta ik naar de mooie ogen te kijken van deze rare, gespierde, ingepakte jongen die op zijn board staat te wankelen.

    ‘Wat ga je doen ?’

    ‘Ik ga naar beneden, ik ben doodop en een beetje ziek, ik wil even wat uitrusten en daarna kom ik misschien terug’

    ‘je hebt al gegeten ?’

    ‘Nee nog niet, maar veel honger heb ik niet, teveel gezopen gisteravond’

    ‘kom met ons mee en eet iets lichts, salade, een droog stuk brood, dan knap je wel op’

    Eigenlijk zou ik naar beneden moeten gaan maar de aanblik van deze mooie jongen is me teveel, ik pak de ski’s op die ik tegen het hek had gezet en loop achter hem aan naar de trap van het terras, en eenmaal boven zie ik dat alle jongens op ons zitten te wachten, alsof alles doodnormaal is.

    Na het eten knap ik voldoende op om nog een paar uur te skiën en tegen vijf uur gaan we voor de laatste keer naar beneden, zoeven voorbij het restaurant, en gaan met de lift naar beneden.

    ‘wat doe je vanavond ?’ vraag ik Gregor.

    ‘Weet ik nog niet, ik heb geen plannen gemaakt en de jongens ook niet’

    ‘Heb je zin om.... hé trouwens, waar hebben jullie de auto eigenlijk staan ?’

    Verbaasd kijkt Gregor me aan ‘bij jouw flat om de hoek, als je naar de rivier loopt ergens in de straat, hoezo ?’

    ‘Ik ehh, ik heb gisteravond naar jouw auto gezocht, ik dacht, nou ja ik ...... ik dacht dat je misschien zin had om mee te gaan eten’

    ‘goh jammer is dat, dus ik heb mijn etentje gemist, we hebben raclette op gisteravond, er staat een apparaat in huis en die hebben we geprobeerd’

    ‘Er staat een apparaat in huis ?’

    ‘Ja waarom niet, dat is toch normaal ?’

    ‘Nou ehh, raclette is eigenlijk eten van de Alpen, niet zo zeer van deze regio’ weet ik nog net te verzinnen voor de cabinedeur opengaat.

    ‘dan ga ik vanavond met jouw mee uit eten’ zegt hij lachend, ‘dan kun je me het traditionele eten van hier laten proeven.

    We spreken een tijd af en ik begeef me naar boven, de douche lijkt me het eerste belangrijkste voor dit moment en daarna een glas wijn, een flinke bel om in de “mood” te komen.   

    Om acht uur wordt er op de deur geklopt en doe ik open voor een bloedstollende verschijning, lachend van oor tot oor en met een paar donkere ogen die de geheimzinnigheid van het leven met zich meedragen op een kussen van gouden twinkelingen.

    De pupillen groot en zwart waarin je zou verdrinken mocht je jezelf niet  krampachtig vasthouden aan de deurposten van een vreemd appartement waarvan de overtuigende zekerheid bestaat dat je niet de enige bent die de liefde ooit bedreef tegen het badkamermeubeltje.

    ‘Kom naar binnen’ ik kus hem op de wang als groet maar eenmaal binnen kan ik me niet inhouden de deur met een knal dicht te trappen en hem vol op zijn lippen te nemen.

    Ik drink mijn glas leeg (yes het helpt) en vul er een voor Gregor die angstvallig het glas onder de fles vandaan probeert  te trekken met het excuus dat in Tsjechië de mensen geen wijn drinken maar bier.

    Als we de glazen leeg hebben gaan we naar beneden en lopen we naar het kleine steegje, een echt Spaans diner zal ons goed doen.

    ‘mon dieux !’ roept de vrouw des huize als we binnen komen, en ze gilt naar achter waar haar kok/kelner/partner druk in de weer is voor de gasten die al aan de tafeltjes zitten ‘Regina ! viens, vite !’

    Ze komt naar me toelopen terwijl ik in de keuken potten en pannen hoor rammelen en omvallen, omhelst me als de avond ervoor met één verschil, ze kijkt over mijn schouder naar de ongeacht goddelijke verschijning in de vorm van Gregor die uitgedost in een outfit van armani,compleet met sjaal en zilveren oorring dat glinstert in de vele kaarslichtjes van het restaurant, een beetje bescheiden  toekijkt hoe men mij ontvangt.

    Als Gregor wordt omhelst, zij het een beetje voorzichtiger, komt Regina de keuken uithollen met een bord eten wat ze op een tafeltje zet wat waarschijnlijk een vergissing zal zijn, en slaat haar handen ineen met het stralende gezicht van moeder theresa die haar kinderen na lange tijd weer ziet, een gebaar wat veel te oud staat bij een vrouw van nog geen veertig.

    ‘en dit mesdames et monsieurs, zijn nu Luc en Gregor, wijzend op ons met een wijd gebaar en overtuiging van onze garantie voor de kwaliteiten van haar restaurant  ‘komen al drie jaar bij ons!’ druk doende nu om een tafeltje met een meneer en mevrouw er aan iets verder de hoek in te duwen om plaats te maken voor een tafeltje voor twee op een intieme plaats dicht bij de bar en vooral, in het zicht van de vrouw des huize en Regina.

    In mijn ogen gaat er niets boven de zuidelijke warmte van de mensen die altijd met een eenvoud die wij noordelingen niet kennen zoveel charme en genegenheid op kunnen roepen alsof het geen enkele moeite kost.

    De patés moeten natuurlijk op de beste toast gelegd worden, en er komt een uitermate goede wijn uit de kelder die elk wijnjaar moet overtreffen, de rekening waarschijnlijk ook, maar voor Gregor heb ik vanavond alles over.

    Weer zijn we de jongste deze avond en weer worden we door de plaatselijke bevolking op handen gedragen, al hebben de twee in de hoek gedrukte mensen er wat meer moeite mee dan de anderen.

    De fles dure rioja blijft niet alleen op onze tafel staan maar andere komen ook hun goede keuzes aanbevelen en weldra is de sfeer in het restaurant zo sympathiek en ontspannen dat men welhaast van een grote vriendenclub zou kunnen spreken, met als kers op de ijstaart natuurlijk Gregor.

    We eten in gedimd licht onder toeziend oog van Regina die veel vaker komt serveren dan noodzakelijk, onze smakelijk menu’s, hebben een dessert wat koninklijke onderscheidingen zou kunnen verdienen, en koffie na, die elke drang naar nachtrust als sneeuw voor de zon doet verdrijven.

    Telkens als ik mijn hand op Gregor’s hand leg, of hij die op de mijne, zie ik in mijn ooghoeken glimlachende gezichten van de anderen die het allemaal prachtig schijnen te vinden dat twee homoseksuele jongens daar samen zitten romantisch te zijn.

    Regina komt met een heerlijke Spaanse wijn en nieuwe glazen onze kant op ‘is het erg koud in de auto ?’vraagt ze aan Gregor terwijl ze de glazen volschenkt, ‘je mag hier blijven slapen hoor, we hebben een voortreffelijke gastenkamer voor je’

    Vragend kijkt Gregor me aan ‘wat hebben jullie toch met mijn auto ?’

    ‘ik ehh, nou ja, het zit zo, we hebben gisteravond naar je gezocht’

    ‘ja dat weet ik, dat zij je al, je wilde me meenemen naar een restaurant’

    ‘ja ja, maar ik, ik bedoel, wij ‘ ik wijs naar Regina en de vrouw des huize die achter de bar nonchalant een glas staat af te drogen ‘wij hebben ook naar jouw gezocht, na het eten’

    ‘je bedoelt, je hebt eerst naar me gezocht voor je ging eten, en toen je het op had heb je weer naar me gezocht ?’

    ‘met de gendarmerie’ flapt de vrouw des huize eruit.

    ‘nee, nee, nee, niet met de gendarmerie, nou ja, bijna, we.......’ aan de andere tafeltjes is het fluisterstil, de gasten lijken ieder woord te willen begrijpen van onze conversatie die ze niet verstaan ‘we dachten dat je in een auto zou slapen en dat je het erg koud zou hebben en zo, en, en dat je misschien de motor laat draaien, en dat is erg gevaarlijk weet je, en .... nou ja, toen hebben we naar je gezocht’ leg ik hem glimlachend uit.

    ‘Luc, we slapen in een huis in de straat bij jouw om de hoek, daar hebben we een openhaard, een keuken, slaapkamers, een balkon, zelfs een ligbad, dus ik sliep niet in de auto.’

    Hoe stom kon ik nu denken dat hij in een busje zou slapen, waarom eigenlijk ?

    Schrapend gaan de tafelpoten over de tegelvloer van het oude gebouw en na enkele keren goed opgelet te hebben vanuit mijn ooghoeken bemerk ik dat de tafeltjes steeds dichter bij elkaar komen te staan, en niet lang daarna gaat de fles vrolijk rond van tafel naar tafel, totdat we het zat zijn, de uitnodiging van Regina om te blijven slapen in de wind slaan, en terug keren naar mijn appartement waar de nacht zwoel en hitsig is alsof het een zomeravond betreft.

     

    Als ik wakker wordt door het zonlicht wat naar binnen schijnt kijk ik naar het slapende gezicht van Gregor die nog ver weg is in droomland. 

    Zijn rechte donkere wenkbrauwen die pas op het laatste moment afbuigen, zijn fluwelen huid, zijn mooie neus en kleine oortjes, zijn donkere lange wimpers die op elkaar liggen, zijn mooie nek die zacht en soepel is, zijn blote rug tot aan zijn billen die nog net bedekt zijn door het dekbed.

    Zijn flinterdunne haartjes die op zijn ruggenwervel lopen, zijn stekelige piekhaartjes die nog hard zijn van de gel van gisteravond, zijn rustige ademhaling.

    Ik stap voorzichtig uit het bed en kleed me aan om naar de boulanger te gaan, verse broodjes, croissants, verse sinasappelsap van de marktvrouw uit de straat, en dan lekker koffie zetten, samen ontbijt.

    Als ik terug kom ruik ik de koffie al en hoor ik de douche, ik open de deur en bekijk zijn blote rug, zijn naakte witte billen, zijn mooie gespierde benen en zijn voeten ‘goede morgen’

    Hij trekt me tegen zich aan en ik voel de warme waterstralen over mijn gezicht lopen, zijn lippen omsluiten de mijne.

    Een ochtend die je nooit meer vergeten zal.


  • Commentaires

    Aucun commentaire pour le moment

    Suivre le flux RSS des commentaires


    Ajouter un commentaire

    Nom / Pseudo :

    E-mail (facultatif) :

    Site Web (facultatif) :

    Commentaire :